Doe mij maar geen gouden handdruk!

Gouden-handdrukWanneer tegenwoordig de term ‘gouden handdruk’ valt, dwaalt bij menigeen de gedachte vrijwel meteen af naar lieden, die na het beëindigen van hun dienstverband in sferen geraken, welke voor de gewone sterveling onbereikbaar zijn (Roderick verblijft op dit moment voor onbepaalde tijd aan de Côte d’Azur, spreek uw bericht in na de pieptoon…).

Ontslagvergoeding
Gezien de berichtgeving in de media van de laatste jaren over bonussen en topinkomens in de collectieve sector, is een dergelijke gedachtegang absoluut te verklaren. Helemaal terecht is zij overigens niet. Dat heeft te maken met de omstandigheid dat de gemiddelde werknemer nu eenmaal geen Roderick heet en dat voor al deze niet-Rodericks een ‘gouden handdruk’ gewoon een ‘ontslagvergoeding’ heet. Die kun je op ruime wijze overeenkomen met je werkgever, zoals Roderick dat gedaan zal hebben, maar meestal gebeurt het ‘volgens de regeltjes’, waarbij aansluiting gezocht wordt bij de ‘regeltjes’ die de kantonrechter hiervoor hanteert. Dit jaar, op de kop af zestig jaar, kan deze in geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering in de omstandigheden aan een van de partijen een vergoeding toekennen, ‘zo hem dat met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt’.

Veel reden voor een jubileumfeestje is er echter niet! Sterker nog, de regering gaat de ontslagvergoeding de wind uit de zeilen nemen, terwijl degene die er aanspraak op kunnen maken de laatste jaren de wind toch al niet mee hadden. Zo komt de vergoeding alweer zo’n vijftien jaar tot stand op basis van controleerbare maatstaven, zowel procedureel (we lezen de motivatie van de rechter als hij en vergoeding toekent) als materieel (we zien de exacte berekening van de rechter met betrekking tot de hoogte van de vergoeding, de zogenaamde kantonrechtersformule). De rechtszekerheid – een beginsel dat als een krachtige wasverzachter door onze wetgeving spoelt – is immers pas gediend als iedereen over de rug van de rechter kan meekijken: diens billijkheid aan banden! Bovendien zijn die banden bij herhaling aangepast. Zo geldt nu alweer drie jaar een versoberde ontslagvergoeding en met de nieuwe wetgeving wordt als ontslagvergoeding vanaf 2014 niet meer één maand salaris per dienstjaar uitgekeerd, echter nog maar een kwart.

Gouden handdruk
Over kwarten gesproken, als jurist van De Witte Raaf zat ik laatst om kwart over tien in de ochtend te wachten op mijn eerste klant, vastbesloten al deze kennis te gebruiken om zijn ‘gouden handdruk’ eruit te slepen bij zijn werkgever. Toen hij binnenstapte, terwijl hij een laatste sigaret uitdrukte tegen de gevel en zich ietwat schuchter voorstelde als Frank, zag ik al meteen dat deze jongen niet zat te wachten op een bloemlezing van het Nederlandse ontslagrecht. Na een paar koppen koffie had ik zijn verhaal op een rijtje: zijn werkgever had hem overvallen met de mededeling dat hij van hem als werknemer af wilde, waarbij de exacte reden voor mij op dit moment nog steeds schimmig is. Het  had te maken met het feit dat hij was aangenomen om een bepaalde website van de grond te krijgen en daar business mee te genereren, hetgeen in de ogen van de werkgever nooit goed is gaan draaien. Frank werkte zich naar eigen zeggen uit de naad, maar wat hij ook deed, het was kennelijk toch nooit goed. Hij was echter zo slim om niets ter plekke met de werkgever af te spreken, maar eerst juridisch advies in te winnen bij De Witte Raaf.

Uiteindelijk wil hij zo snel mogelijk weg, omdat hij al geruime tijd een grondige hekel heeft om zowel naar zijn werk als naar zijn werkgever te gaan. We mogen hier dus wel spreken van een volledig verstoorde arbeidsrelatie en alles wat een spoedig scheiden der wegen zou kunnen vertragen, zoals onderhandelen over een ontslagvergoeding met het risico dat de volledige duur van de arbeidsovereenkomst door zou lopen, wil Frank voorkomen. Uiteraard heb ik heb hem er op gewezen dat als hij er op deze manier uit gezet wordt, het wel de gewoonte is om een vergoeding te bedingen en dat die vergoeding eigenlijk ook noodzakelijk is om je inkomen op peil te houden. Een eventuele WW-uitkering zal immers lager zijn dan het laatst genoten salaris. Dat Frank een ‘flexwerker’ is, met een contract voor bepaalde tijd, doet daar niets aan af. Maar zijn besluit stond vast, vandaar dat ik met Frank alleen gekeken heb naar de ‘kale eisen’ van een beëindigingsbijeenkomst met het oog op het zekerstellen van een WW-uitkering.

Altijd Koning
Strikt genomen zou men kunnen zeggen dat de klant niet ‘het onderste uit de kan’ heeft gekregen en dat hij ‘recht op meer’ had. Dat is wellicht ook zo. De klant is echter geïnformeerd over de mogelijkheden en gewezen op het belang van de ontslagvergoeding. Gebaseerd op alle relevante informatie heeft hij toen weloverwogen ervoor gekozen het snelle afscheid te laten prevaleren boven het binnenhalen van een ontslagvergoeding, iets wat het afscheid wellicht had kunnen vertragen. De uitkomst van deze zaak is dus in lijn met de verwachtingen van de klant en beantwoordt uitstekend aan ons devies van de maand:

De klant hoeft bij De Witte Raaf geen Roderick te zijn, maar de klant is bij ons wel altijd Koning!

De Witte Raaf juristen schrijven in een maandelijkse blog over een actueel juridisch thema. Over iets opmerkelijks uit de eigen praktijk, of over een juridische rariteit die de aandacht heeft getrokken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*